• Sterke Kanten en Moeilijkheden: Vragenlijst voor Ouders of Leerkracht.

    alleen bedoeld voor clienten van onze praktijk

    De geboortedatum van uw kind:

    Jongen    Meisje

    Instructies: Wilt u alstublieft voor iedere vraag een kruisje zetten in het vierkantje voor "Niet waar", "Een beetje waar" of "Zeker waar". Het is van belang dat u alle vragen zo goed mogelijk beantwoordt, ook als u niet helemaal zeker bent of als u de vraag raar vindt. Wilt u alstublieft uw antwoorden baseren op het gedrag van het kind de laatste zes maanden of het huidige schooljaar.

    Veel succes met het invullen!

  •  
     
    Niet waar
    Een beetje waar
    Zeker waar
    1.
    Houdt rekening met de gevoelens van anderen.
    2.
    Rusteloos, overactief, kan niet lang stilzitten.
    3.
    klaagt vaak over hoofdpijn, buikpijn of misselijkheid.
    4.
    Deelt makkelijk met anderen kinderen (bijvoorbeeld snoep, speelgoed, potloden, enz.)
    5.
    Heeft vaak driftbuien of woede-uitbarstingen.
    6.
    Nogal op zichzelf, neigt er toe alleen te spelen
    7.
    Doorgaans gehoorzaam, doet gewoonlijk wat volwassenen vragen.
    8.
    Heeft veel zorgen, lijkt vaak over dingen in te zitten.
  •  
     
    Niet waar
    Een beetje waar
    Zeker waar
    9.
    Behulpzaam als iemand zich heeft bezeerd, van streek is of zich ziek voelt.
    10.
    Constant aan het wiebelen of friemelen.
    11.
    Heeft minstens één goede vriend of vriendin.
    12.
    Vecht vaak met andere kinderen of pest ze.
    13.
    Vaak ongelukkig, in de put of in tranen.
    14.
    Wordt over het algemeen aardig gevonden door andere kinderen.
    15.
    Gemakkelijk afgeleid, heeft moeite om zich te concentreren.
    16.
    Zenuwachtig of zich vastklampend in nieuwe situaties, verliest makkelijk zelfvertrouwen.
  •  
     
    Niet waar
    Een beetje waar
    Zeker waar
    17.
    Aardig tegen jongere kinderen.
    18.
    Liegt of bedriegt vaak.
    19.
    Wordt getreiterd of gepest door andere kinderen.
    20.
    Biedt vaak vrijwillig hulp aan anderen (ouders, leerkrachten, andere kinderen).
    21.
    Denkt na voor iets te doen.
    22.
    Pikt dingen thuis, op school of op andere plaatsen.
    23.
    Kan beter opschieten met volwassenen dan met andere kinderen.
    24.
    Voor heel veel bang, is snel angstig.
    25.
    Maakt opdrachten af, kan de aandacht goed vasthouden.