• Sterke Kanten en Moeilijkheden: Vragenlijst voor Jongeren.

    alleen bedoeld voor clienten van onze praktijk

    Je geboortedatum:

    Ik ben een : Jongen    Meisje

    Instructies: Wil je alsjeblieft bij iedere vraag een kruisje zetten in het vierkantje voor `Niet waar', `Een beetje waar' of `Zeker waar'. Het is belangrijk dat je alle vragen zo goed mogelijk beantwoordt, ook als je niet helemaal zeker bent of als je de vraag raar vindt. Wil je alsjeblieft bij je antwoorden denken hoe dat bij jou de laatste zes maanden is geweest.

    Veel succes met het invullen!

  •  
     
    Niet waar
    Een beetje waar
    Zeker waar
    1.
    Ik probeer aardig te zijn tegen anderen. Ik houd rekening met hun gevoelens.
    2.
    Ik ben rusteloos, ik kan niet lang stilzitten.
    3.
    Ik heb vaak hoofdpijn, buikpijn, of ik ben misselijk.
    4.
    Ik deel gemakkelijk met anderen (snoep, speelgoed, potloden, enz.)
    5.
    Ik word erg boos en ben vaak driftig.
    6.
    Ik ben nogal op mijzelf. Ik speel meestal alleen of bemoei mij niet met anderen.
    7.
    Ik doe meestal wat me wordt opgedragen.
    8.
    Ik pieker veel.
  •  
     
    Niet waar
    Een beetje waar
    Zeker waar
    9.
    Ik help iemand die zich heeft bezeerd, van streek is of zich ziek voelt.
    10.
    Ik zit constant te wiebelen of te friemelen.
    11.
    Ik heb minstens één goede vriend of vriendin.
    12.
    Ik vecht vaak. Het lukt mij andere mensen te laten doen wat ik wil.
    13.
    Ik ben vaak ongelukkig, in de put of in tranen.
    14.
    Andere jongeren van mijn leeftijd vinden mij over het algemeen aardig.
    15.
    Ik ben snel afgeleid, ik vind het moeilijk om me te concentreren.
    16.
    Ik ben zenuwachtig in nieuwe situaties. Ik verlies makkelijk mijn zelfvertrouwen.
  •  
     
    Niet waar
    Een beetje waar
    Zeker waar
    17.
    Ik ben aardig tegen jongere kinderen.
    18.
    Ik word er vaak van beschuldigd dat ik lieg of bedrieg.
    19.
    Andere kinderen of jongeren pesten of treiteren mij.
    20.
    Ik bied vaak anderen aan hun te helpen (ouders, leerkrachten, kinderen).
    21.
    Ik denk na voor ik iets doe.
    22.
    Ik neem dingen weg die niet van mij zijn thuis, op school of op andere plaatsen.
    23.
    Ik kan beter met volwassenen opschieten dan met jongeren van mijn leeftijd.
    24.
    Ik ben voor heel veel dingen bang, ik ben snel angstig.
    25.
    Ik maak af waar ik mee bezig ben. Ik kan mijn aandacht er goed bij houden.